Het is belangrijk om leerlingen te laten leren door middel van praktische ervaringen. Zo worden abstracte begrippen omgezet in concrete ervaringen, waardoor leerlingen de leerstof gemakkelijker kunnen analyseren en begrijpen. Op die manier wordt wat ze leren betekenisvoller en blijft het beter hangen.
Tijdens deze activiteit onderzochten de leerlingen het begrip energie aan de hand van praktische en leuke experimenten. De onderwijsmethode richt zich op actief leren, het oplossen van problemen en samenwerken.
Wanneer leerlingen zelf experimenteren met de omzetting van energie – met onder andere vuur, kaarsen, papier, ballonnen en water – is wetenschap niet langer alleen theorie. Ze kunnen zelf waarnemen wat er gebeurt en proberen te begrijpen waarom.
Elke groep onderzocht en presenteerde een ander experiment rond energieomzetting. Een van de opvallende experimenten was een waterfontein waarvoor een fles water, een rietje, een bakje en een ballon werden gebruikt. Het water stroomde vanuit de fles naar het bakje als een kleine fontein, zonder dat daarvoor een mechanische pomp nodig was.
Een ander experiment toonde de omzetting van thermische energie in beweging. Hiervoor werden kaarsen en een papieren spiraal gebruikt. Door de warmte van de kaarsen begon de spiraal te bewegen.
Bij een volgend experiment werden een glazen beker, een kaars en een ballon gebruikt. Nadat de beker werd verwarmd en een opgeblazen ballon erop werd geplaatst, werd de ballon tegen de beker gezogen. Hierdoor kon de beker samen met de ballon worden opgetild zonder dat hij viel.
Het laatste experiment ging over luchtdruk. Hiervoor gebruikten de leerlingen een glazen beker, een kaars, een diepe schaal en water. De brandende kaars werd afgedekt met het glas. Na een tijdje doofde de vlam en konden de leerlingen observeren wat er met het water en de druk in het glas gebeurde.
Met deze experimenten werden verschillende vaardigheden geoefend: nieuwsgierigheid, kritisch denken, samenwerken en het toepassen van de wetenschappelijke methode. Tegelijk werd de theoretische leerstof gekoppeld aan wat de leerlingen zelf konden waarnemen.
Bij alle experimenten werden de nodige veiligheidsmaatregelen genomen.





